|
|
De fokrammen bepalen het sterkst de eigenschappen van de lammeren. Bij het behouden en terugfokken naar de rastypische kenmerken van onze Drentse heideschapen drukken de rammen het sterkst hun stempel omdat ze meer nakomelingen hebben dan elke individuele ooi. Vandaar dat de keuringseisen zo zwaar zijn dat jaarlijks slechts een klein deel van de rammen goedgekeurd wordt. Elk jaar fokken we tien tot vijftien rammen.
Op deze foto heeft Bram zijn rechterhoren voor de helft verloren als gevolg van het vele vechten in de tijd dat hij als dekram uitgeleend was aan de kuddes van Dwingeloo en Ruinen. Later is hij ook nog naar Exloo gegaan om bij twee kuddes te dekken. Daardoor heeft hij ongewenst veel invloed op de diversiteit van het hele ras gekregen, tegenwoordig mogen rammen in hun hele leven maximaal 100 ooien dekken. Zelf was Bram afkomstig uit de kudde van Balloo.
Deze ram hebben we gekozen omdat horens en vacht heel mooi waren. Hij had bovendien een heel aparte kleur zwart, een soort anthraciet. Rammen was oorspronkelijk afkomstig uit de kudde van Balloo.
Deze ram werd door ons opgehaald in Dwingeloo, waar hij een van de dekrammen is geweest van de grote kudde. Na dienst gedaan te hebben bij ons is hij naar de kinderboerderij van Doetinchem gegaan om daar te dekken.
Deze ram, oorspronkelijk gefokt in Zeeuws-Vlaanderen, hebben we geruild bij het Goois Natuurreservaat voor een door onszelf gefokte dassenkop ram. Hij heeft hele mooie nakomelingen wat kleurslag en vacht betreft, zodat we besloten hebben hem tweemaal in te zetten.
De linkerram heeft dus een tweede keer mogen dekken, de tweede keer uit een selectie van onze ooien, met uitsluiting van zijn eigen dochters. Behalve bij ons heeft deze ram ook de Drentse heideschaapooien gedekt bij het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Na volbrenging van zijn werk bij ons is hij verkocht aan een particulier in Brabant. Daar gaat hij zijn laatste dekwerk doen, meer dan 100 ooien mag een stamboekram in zijn leven niet dekken om te voorkomen dat een beperkt aantal 'kampioensrammen' te veel invloed op de genetische variatie van alle Drentse heideschapen zou krijgen. Ook de rechter ram is afkomstig uit de Zeeuws-Vlaamse lijn van Jan Klomp, een lijn waaruit veel prachtige rammen afkomstig zijn. Zijn verwantschap met de andere ram is klein genoeg om zonder nadelen te kruisen met onze ooien. Zijn kleurslag is blauwvos-smodde. Smodde slaat op het spikkelpatroon op zijn kop, blauwvos is een zeldzame kleurslag met grijze lokken in de vacht.
De twee dekrammen van de lammeren van 2010 De lammeren van 2010 hebben ook weer twee verschillende dekrammen als vaderdieren. Ten eerste de blauwvos ram die ook in 2009 gedekt heeft. Zijn nakomelingen waren zodanig mooi dat hij een tweede keer mocht dekken, deze keer voor het grootste deel ooien die hij nog niet eerder dekte. De rechterfoto toont Leo, een ram die geimporteerd is uit Luxemburg. Hij heeft een fantastisch mooie vacht, en een paar prachtige horens.
Naast de dekrammen houden we ook een koppel ramlammeren. Deze dieren zijn bij ons geboren, geruild of aangekocht, en zullen worden gekeurd als ze ongeveer anderhalf jaar oud zijn. Bij goedkeuring zullen ze hun weg vinden door heel Nederland om bij grote kuddes of particulieren voor nageslacht te zorgen. Onderstaande dieren zijn zelf gefokt, behalve de laatste zes: In het midden: mengvos-smodde donkervos effen donkervos-bont dassenkop
donkervos-smodde zwart-bont zwartvos-bont (broer van zwart-bont) donkervos-bont
lichtvos-smodde donkervos-smodde dassenkop kassenbreuker
mengvos-bont mengvos-effen mengvos-effen mengvos-effen zwart-effen mengvos-effen
|